Roos Haase ontvangt Dries van Dantzig Penning

 

roosvandantzig

Geachte aanwezigen, geachte mevrouw Haase, beste Rob, beste Roos,

Wij leven in een tijd waarin nog te veel kinderen mishandeld worden, getuige zijn van thuisgeweld. Nog steeds komen kinderen om het leven door fatale kindermishandeling buiten en soms ook binnen de baarmoeder.
Kindermishandeling is moord op de ziel.
Seksueel, geestelijk, fysiek, het gaat om een epidemie die vijftig keer de omvang van een gemiddelde epidemie heeft en waar de Staten Generaal de ogen nog altijd voor sluiten getuige het feit dat deze maatschappelijke wantoestand niet in de troonrede onder de aandacht is gebracht.
Er zijn gelukkig mensen die niet bang zijn voor geweld, die het maltraiteren van kinderen wel onder ogen durven zien en hun nek uitsteken door erover te praten. Er zijn mensen die hun arm om het beschadigde slachtoffer heenslaan en hun handen uit de mouwen steken voor opvang en herstel. Er zijn mensen die dat zonder poespas in alle bescheidenheid doen en die daarin, onvoorwaardelijk loyaal aan kinderen, volharden. Die opvoedkundig topsport bedrijven en daarbij niet denken in een vierjarige Olympische cyclus, maar in tien van die cycli. Zij hoeven geen goud en zijn evenmin ontevreden met zilver of brons. Zij doen het om niet en leggen nota bene eigen geld toe. Zo’n mens is Roos Haase en het is mij een zeer grote eer haar de zesde Dries van Dantzig-penning uit te mogen reiken.

Wij leven in een chaotische tijd. Een tijd waarin helaas bij de aanpak van kindermishandeling gedacht wordt in projecten, marktwerking en rentabiliteit. Dat deze aanpak niet werkt, moge blijken uit het feit dat het aantal mishandelde kinderen in Nederland het afgelopen decennium niet is gedaald.
Door de transitie is de aanpak verworden tot een postcodeloterij, woon je als kind met een trauma in de ene postcode dan heb je geluk, in een andere pech want bij die gemeente is het geld voor behandeling al op.

Roos doet het anders. Zij past in haar aanpak een wetenschappelijk absolute waarheid toe: zij gaat als pleegouder een relatie aan. Zij geeft niet alleen haar pleegkinderen, maar talloze slachtoffers van geweld een stem en bouwt samen met hen aan herstel van vertrouwen in andere mensen en hernieuwd geloof in een rechtvaardige samenleving. Bovendien slaat zij bruggen tussen betrokkenen en inspireert zij hen hetzelfde te doen. Zij doet dat onvermoeibaar – zij is al 40 jaar pleegouder - met een hart zo groot als dat van een walvis.
Roos denkt duurzaam. Zij richt stichtingen op – SKIP en Warme Jas/FAS – die blijven hameren op signalen van mishandeling; ook gepleegd op die plekken waar een kind juist veilig zou moeten zijn. Daarin toont zij zich als bestuurder strijdbaar, voor iedereen beschikbaar, betrouwbaar en... in haar voordrachten en boek bevlogen.

Wij leven in tijden waarin alles in geld wordt uitgedrukt. Eerst komt de economie dan de moraal. Jeugdzorg, kinderbescherming, opvoedkundige begeleiding zijn vermarkt. De waan van rentabiliteit regeert. Men wil een kwalitatief hoge aanpak tegen zo laag mogelijke kosten terwijl handenvol geld wordt uitgegeven aan intekenactiviteiten, aanbestedingsprocedures, en financiële verantwoording.
Voor het comité van toekenning was dit jaar het meest zwaarwegende argument dat uit alle voordrachten Roos Haase naar voren kwam als iemand die de verwezenlijking van haar idealen onbezoldigd waar maakt en met beide benen nuchter in de Flevolandse klei staat.

Met gepaste bewondering durven wij Roos een subliem persoon te noemen. Zij redt daadwerkelijk levens. Dries van Dantzig zei daarover: ‘Als ik één leven heb gered, dan heeft mijn leven al zin gehad.’

Roos, wij rekenen erop dat je nog een boek schrijft om met name jongeren te inspireren jouw weg te volgen. Wij zouden willen dat we je naast de penning nog een geldbedrag zouden kunnen overhandigen als blijk van waardering en inspiratie. Maar de NeSPCAN is niet zo kapitaalkrachtig en trouwens: wat jij doet is niet in geld uit te drukken en onbetaalbaar. Jij geeft kinderen licht in het donker en zicht op hun toekomst. Blijf alsjeblieft onrendabel en met je hart denken. De penning is een eervolle blijk van waardering en aanmoediging om door te gaan met lef, liefde en een lange adem... van harte gefeliciteerd.

Namens het NeSPCAN-bestuur
Thomas Heyman
(bestuurslid)

 

Speech Roos Haase Dries van Dantzig-penning 29 september 2016

Dankwoord:

Dames en heren,

Het voelt wat onwerkelijk om hier te staan. Het is een grote, grote eer om de Dries van Dantzig Penning te mogen ontvangen. Maar mij bekroop meteen de vraag: waarom ik?
In al het werk dat ik doe weet ik mij steeds geholpen en gesteund door een groot netwerk van mensen die hetzelfde doel voor ogen hebben: helpen van kinderen met pech. Crisiskinderen, kinderen met FAS, kinderen die 18 jaar worden en van de een op de andere dag geen kinderen meer zijn...

Ondanks het feit dat ik deze penning niet mèèr verdien dan veel mensen hier in de zaal, ben ik NeSPCAN dankbaar. Voor het feit dat ze met deze penning het gedachtegoed van Andries van Dantzig levend houden en tegelijkertijd de aandacht vestigen op ons belangrijke werk. Deze onderscheiding zet elke twee jaar weer een ander aspect van ons werk in de schijnwerpers.

Natuurlijk ben ik trots. Trots op ons team van Skippers: onze vrijwilligers, onze bestuursleden en onze ambassadeurs. Zij zijn geweldig en zonder hen stond ik hier natuurlijk niet. Ik hoop dat ik nog heel lang met hen mag samenwerken. We zijn ook nog lang niet klaar.
Want seksueel misbruik verjaart niet! Dat is niet voor niets het motto van SKIP .
Pratend over SKIP wil ik graag Paul de Ridder ook met name noemen. Zijn inzet en zijn netwerk zijn ongelofelijk groot.
SKIP oud voorzitter Frans Spekreijse wil ik op deze speciale plek bedanken voor zijn empathie en tomeloze- onbezoldigde inzet voor de stichting.

De Van Dantzig Penning is bedoeld als een erkenning én als een aanmoediging om door te gaan. Over dat laatste kan ik kort zijn. Stoppen is geen optie.

Zelf was ik ook een pleegkind. En toen ik 10 jaar oud was dacht ik: “als ik groot ben word ik pleegmoeder. En dan ga ik het heel anders doen.” En zo geschiedde... 40 jaar geleden kwam het eerste pleegkind in ons gezin. Het was erg fijn dat we deze kinderen in ons gezin konden helpen. Maar het doet je ook meteen beseffen dat er veel meer kinderen zijn die een loodzware rugzak met emotionele – en fysieke bagage bij zich dragen.

Gelukkig heeft mijn man vanaf het allereerste begin hetzelfde gevoeld als ik. Elk kind dat aan onze zorg werd toevertrouwd werd met open armen ontvangen. Hij is in alles wat ik doe mijn steun en toeverlaat. Ik ben ook hem heel veel dank verschuldigd. Zonder hem heb ik echt niet kunnen doen wat ik nu doe.

Dank ben ik ook verschuldigd aan alle mensen die ons verhaal op de politieke agenda hebben weten te krijgen. Ik doel bijvoorbeeld op mensen van het ministerie van VWS, ik doel bijvoorbeeld op leden van de Tweede Kamer.
Ik dank ook Rieke Samson, die door haar onderzoek verschuivingen in de jeugdzorg teweeg bracht en die ons onder andere wees op het taboe dat rust op spreken over seksualiteit in de jeugdzorg.

Als pleegmoeder heb ik veel ervaring met kinderen met FAS - het foetaal alcohol syndroom, bij de meesten van u wel bekend. Ik heb ervaren dat het funest is als deze diagnose niet herkend wordt. Is FAS herkend, dan kan er nog worden bijgestuurd in het leven van deze kinderen. En kunnen ouders en verzorgers ook op de juiste manier begeleid worden. Op dit vlak is al veel bereikt. Mijn boek wordt goed gelezen en op radio en TV is aandacht voor FAS geweest. Mijn doel is dat het verhaal wordt uitgedragen. Dat gebeurt, mede door mensen zoals u. Dank daarvoor.

En dan is er – nu ik hier toch sta -nog een specifiek probleem dat ik wil aanstippen. Wat gebeurt er eigenlijk als een kind in de jeugdzorg 18 wordt en van de één op de andere dag geen kind meer is? ......
Juist, niks dus. Zo’n volwassene zoekt het zelf maar uit. Ik hoef de gevolgen daarvan niet voor u te schetsen.

Wat ik zou willen, is drempels verlagen: de drempel om ervaringen te delen, de drempel om vermoedens uit te spreken, de drempel om problemen aan te roeren. Nog steeds zijn er veel volwassenen met een misbruik-verleden die met niemand praten. Die nog door angst en schaamte worden tegengehouden. Die geleerd hebben hun mond te houden. Want, wie gelooft er nu een kind....?
Ik wil er vandaag dan ook voor pleiten dat de commissie Geweld Jeugdzorg onder Micha de Winter zijn brede onderzoek officieel mag aantreden. Alle slachtoffers van geweld binnen de GGZ instellingen plus de doven en blindeninstituten hebben hier al het recht toe. Erkenning!
Afgelopen zaterdag hebben we weer een bijzondere lotgenotendag mogen beleven. Op onze lotgenotendagen zijn drempels laag, hoeven we elkaar maar in de ogen te kijken en dan weten we genoeg. Deze contacten zijn zo belangrijk.
Het betreft hier de slachtoffers uit het verleden

Dames en heren, in 2008 werd de Van Danzig-Penning uitgereikt aan André Rouvoet. Heel terecht. Hij is tenslotte de grondlegger van heel veel goeds in de jeugdzorg. Ik ben er trots op dat ik samen met hem mooie dingen heb mogen doen en .... ik word er een beetje verlegen van om hier op deze plek in zijn voetsporen te staan.

Ik wil graag afsluiten met het opdragen van de Van Dantzig Penning aan u allemaal. Het thema van dit congres is ‘Samenwerken voor veiligheid’. Daar wil ik graag voor gaan, samen.

In deze zaal zit zoveel kennis, zoveel ervaring, zoveel specialisme. Maar ook kwetsbaarheid.
Ooit was ik zelf dat kleine meisje, dat kleine meisje dat opkeek naar volwassen: 'help me nou'. Dat kleine meisje is er nog steeds. Zij bevindt zich in mij en doet een beroep op mij, op ons.
Onze kwetsbaarheid is onze grootste kracht dames en heren. Laten we die kracht samen inzetten!

Dank u wel!